Colruyt zet in op naamsbekendheid bij afstuderende studenten
Hoe je als bedrijf top of mind wordt én een maatschappelijke meerwaarde biedt
Wie sterke techniekers wil, moet investeren in een stevige basis en in kwaliteitsvolle leermiddelen. Colruyt Group Technics & Colruyt Group Real Estate en het GO!-onderwijs slaan daarom de handen in elkaar. Tijdens het Symposium Technisch Onderwijs deelden ze initiatieven als een Technische School en een digitaal leerplatform, waarmee ze inzetten op praktijkgericht leren, gevalideerde content en een nauwe wisselwerking tussen werkvloer en klaslokaal.
VAKschool
Net als vele andere bedrijven heeft ook Colruyt Group Technics & Colruyt Group Real Estate moeite om technisch geschoold personeel te vinden. Maar Colruyt Group bleef niet bij de pakken neerzitten en besloot in 2019 om zelf actie te ondernemen. Het bedrijf richtte de Technische School op waar modulaire opleidingsmodules werden gecreëerd op maat van zijn technische mensen.
"We doen dat op een manier die in het onderwijs 'flipped classroom' wordt genoemd", vertelt Bart Bosmans, Verantwoordelijke Training en Communicatie bij de technische directies van Colruyt Group. Bij deze methode bestuderen de studenten de theorie thuis en wordt de tijd op school gebruikt om de theorie in de praktijk toe te passen. "Je zit niet samen in een klaslokaal, maar leert dingen bij door te doen. Je neemt een oefening en laptop uit de kast en gaat zelfstandig te werk. Via onze e-learnings kan je op je eigen tempo en op jouw maat werken."
"Ik merk dat de basis soms ontbreekt bij aanwerving van technische medewerkers, waardoor ze moeilijk of niet breed inzetbaar zijn" - Bart Bosmans, Colruyt Group Technics & Colruyt Group Real Estate
De meerwaarde volgens Bosmans: de trainers zijn geen pedagogen of leerkrachten, maar techniekers met minstens dertig jaar ervaring. "Zij kijken toe of alles veilig verloopt en of de studenten effectief leren wat ze later in een technisch ploeg moeten kunnen."
Bosmans noemt de Technische School geen academie, maar een échte 'VAKschool'. "Wij leunen veel harder aan tegen die vakschool dan tegen een academische school", bevestigt Bosmans. 'VAK', staat dan ook voor Vaardigheden, Attitude en Kennis. Deze drie elementen moeten in evenwicht zijn om verder te kunnen groeien. Daarbij is een focus op de basis cruciaal. "Ik merk dat die basis soms ontbreekt bij kandidaten met een technisch profiel, waardoor ze moeilijk of niet breed inzetbaar zijn", stelt Bosmans. Herhaling is bovendien doorslaggevend om die basis onder de knie te hebben. "Als een technieker niet weet wat een contactor is, dan gaat hij die ook niet terugvinden op een elektrisch plan."
"We willen een maatschappelijke meerwaarde bieden én onze naamsbekendheid verhogen bij afstuderende studenten" - Bart Bosmans
Brug naar scholen
Een tweede actie die Colruyt Group op poten heeft gezet is een brug naar scholen creëren. Dit initiatief, dat parallel loopt met de Technische School, is ontstaan vanuit de vraag: 'wat is de rol van onze onderneming ten opzichte van het onderwijs?'. Hierbij werden twee doelstellingen naar voren geschoven. "Ten eerste willen we een maatschappelijke meerwaarde bieden voor het technisch en wetenschappelijk onderwijs om vanuit onze dagdagelijkse praktijk een bijdrage te leveren aan het onderwijs", verklaart Bosmans.
"Ten tweede willen we de naamsbekendheid verhogen bij studenten die afstuderen met een technisch diploma. We moeten ervoor zorgen dat ze bij Colruyt Group Technics & Colruyt Group Real Estate aan het werk willen gaan."
Lessen
Zeven jaar na de uitrol van deze acties trekt het bedrijf drie belangrijke lessen. "De eerste: denk vanuit een driehoek van bedrijf, school, student", zegt Bosmans. "Als bedrijf wil je top of mind zijn bij studenten. Voor scholen moet er een duidelijke educatieve meerwaarde zijn. Zo organiseren wij opleidingen in onze ateliers en stellen we die ook open voor het onderwijs. Tegelijk willen we studenten gewoon een fijne ervaring bieden."
Een tweede belangrijke les: inhoud gaat boven verpakking. "Ik zie veel bedrijven in mijn omgeving zich focussen op de verpakking in plaats van de inhoud. Ik ga niet aan de mouw van een student trekken om bij ons te solliciteren. Ik hoop vooral dat ze het bij ons naar hun zin hadden en en onze werkomgeving als uitdagend ervaren."
Tot slot stelde Colruyt Group zich de vraag: wat hebben wij als bedrijf te bieden? "Meer dan je denkt", aldus Bosmans. "Denk aan infrastructuur: toon studenten waar ze later terechtkomen. Als wij bijvoorbeeld op Nerdland Festival staan, doen we dat met onze eigen ateliermedewerkers en elektriciens, die vol passie over hun job vertellen. Op een stand die we van A tot Z zelf geconcipieerd en gebouwd hebben. Dat versterkt bovendien de groepsdynamiek binnen het bedrijf."
GO! studio
Een van de tien krachtlijnen van het GO!-ambitieplan tegen 2030 luidt als volgt: in het GO! werken alle leerkrachten met gevalideerde leermiddelen en streven we ernaar indien nodig zelf leermiddelen te ontwikkelen om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen. Maar het onderwijs kampt met een tekort aan gevalideerde leermiddelen. Noch op de markt of bij uitgeverijen, noch bij sectorfederaties zijn ze te vinden. De oplossing? "Dan ontwikkelen we die gewoon zelf", klinkt het bij Steven Hendrickx, Program Manager Digitale Content bij GO!-onderwijs.
Samen met VLAIO ontwikkelde hij, onder de noemer GO! studio, een platform waarop alle gescreende en kwalitatieve leermiddelen te vinden zijn. Leerkrachten kunnen die naadloos in Smartschool of andere LMS-systemen gebruiken, waardoor het makkelijk te consumeren is.
Teacher design teams
Hoe wordt die content nu ter beschikking gesteld aan de leerkrachten? Ten eerste zijn er de teacher design teams die rond diverse thema's materiaal ontwikkelen. Die teams bestaan uit leerkrachten die, boven op hun reguliere opdracht, samen kwaliteitsvolle content uitwerken. Dat materiaal wordt ontwikkeld op basis van bepaalde noden.
In het domein mechanica bleek bijvoorbeeld dat niet elke school beschikt over de infrastructuur om trekproeven uit te voeren. "Dan moet je bekijken hoe je dat op een andere manier kan aanleren." Het resultaat is een interactieve module waarin leerlingen zelf een staaf kunnen belasten, spanning-rekdiagrammen analyseren en zien wanneer materiaal breekt.
Samenwerking met externen
Toch is zelf ontwikkelen slechts een deel van het verhaal. Leerkrachten in de teacher design teams doen dit bovenop hun job. "Het is niet evident om dat te gaan opschalen", klinkt het bij Hendrickx. "Daarom moet er ook worden samengewerkt met externen."
Zo werd via GO! studio onder meer content van Colruyt Group geïntegreerd, en wordt ook samengewerkt met VDAB, waar zo’n 300 technische modules beschikbaar zijn. "Die zitten vaak achter aparte logins, wat voor leerkrachten een drempel vormt. Door de technische structuur die we gebouwd hebben, kunnen we die binnenkort naadloos integreren in Smartschool."
Ondersteunen van communities
Naast teacher design teams en externe samenwerking ondersteunt GO! ook leerkrachten die zelf initiatief willen nemen. Dat kan gaan om individuele leerkrachten, maar ook om professionele leergemeenschappen (PLG's) of communities die samen leermateriaal willen uitwerken. "Voor hen hebben we een toolbox ontwikkeld met sjablonen en een interactief leerpad. Met het interactief leerpad zetten we zelf dus ook de toon van wat kan: teach what you preach", vertelt Hendrickx.
Gedeelde verantwoordelijkheid
Wat uit beide verhalen vooral blijkt, is dat de oplossing een gedeelde verantwoordelijkheid is. Bedrijven die hun expertise openstellen, scholen die inzetten op kwaliteitsvolle en gevalideerde content, en techniekers die hun praktijkkennis delen: samen vormen ze de hefboom om technisch talent sterker te maken.