Amerikaanse reuzen maken elektronisch betalen duurder voor Belgische handelaars

Handelaars zien hun kosten voor elektronische betalingen nauwelijks dalen, omdat internationale spelers, zoals Visa of Mastercard, hun tarieven blijven optrekken. Voor kleine ondernemers blijft dat kostenplaatje onvoldoende transparant, stelt het Prijzenobservatorium van de federale overheidsdienst Economie vast.
Sterke onderhandelingspositie
Hoewel de federale overheid de maximumtarieven voor banken verlaagde, dalen de kosten voor elektronisch betalen nauwelijks voor Belgische handelaars. Dat blijkt uit een studie van het Prijzenobservatorium van de FOD Economie. De boosdoeners zijn internationale spelers zoals Visa en Mastercard, die hun tarieven (scheme fees in het jargon) blijven optrekken door hun sterke onderhandelingspositie. Tussen 2015 en 2020 waren de tarieven voor binnenlandse betalingen in België al verdubbeld, stelt het Prijzenobservatorium. Handelaars zijn verplicht hen aan te bieden om ook internationale klanten te kunnen bedienen. Want Bancontact kan niet gebruikt worden door internationale klanten, waardoor het voor handelaars belangrijk is minstens één licentie te hebben bij een speler die dergelijke betalingen mogelijk maakt. Op die manier kunnen klanten van buiten België hier ook transacties verrichten.
Het lijkt een evidentie: als je in een winkel of online iets met de bankkaart koopt, betaal je enkel voor het product of de service, zonder extra kosten omdat je elektronisch betaalt. Voor wie aan de andere kant van de kassa staat, ligt dat anders. Handelaars moeten wel een vergoeding betalen aan de bedrijven die dat elektronisch betalen mogelijk maken. Denk aan 'acquirers', zoals Worldline of CCV, die erop toezien dat transacties worden afgerond, aan de aanbieders van betaalschema's, zoals Bancontact, Mastercard en Visa, of aan de banken die betaalkaarten uitgeven en de rekening van de handelaar beheren.
De kosten die een handelaar daarvoor maakt, zijn een mix van de verschillende tarieven die alle betrokken partijen vragen. Al hoeft de zaakvoerder dat niet per se zelf te weten. Hij sluit vaak een abonnement af bij een betaalverwerker of een bank die in ruil voor een afgesproken tarief die partijen vergoedt.
Volgens een nieuwe studie van het Prijzenobservatorium van de federale overheidsdienst Economie schommelt de maandelijkse kostprijs voor handelaars tussen 0,2 en 0,9 procent van de omzet. Die kostprijs is afhankelijk van het aantal transacties per maand, het betaalde bedrag, of in de winkel of online wordt betaald, en of dat met een betaal- of kredietkaart gebeurt. Handelaars mogen die kosten wettelijk niet rechtstreeks doorrekenen aan hun klanten.
Bancontact als prijsbreker
Betalingen via de Belgische marktleider Bancontact zijn aanzienlijk goedkoper dan via Visa of Mastercard:
In de winkel
Bancontact kost € 0,05 tot € 0,12 per transactie (tegenover € 0,14 tot € 0,50 bij Visa/Mastercard).
Online
Bancontact kost € 0,33 tot € 0,39 per transactie (tegenover € 0,53 tot € 3,95 bij Visa/Mastercard).
Het Prijzenobservatorium waarschuwt dat de kosten voor handelaars fors zullen stijgen als het nationale Bancontact-systeem zou verdwijnen.
Gebrek aan transparantie
Voor ondernemers, vooral kleine zelfstandigen, zijn de totale transactiekosten (tussen 0,2% en 0,9% van de omzet) onvoldoende transparant. Om dit op te lossen, lanceert federaal minister van Economie David Clarinval eind dit jaar een officiële prijsvergelijkingstool.

Onduidelijkheid over maaltijd- en ecocheques
Ook de kosten voor 'sociale vouchers' (maaltijd-, eco- en dienstencheques) zijn amper online terug te vinden. Gemiddeld betaalt een handelaar:
- Maaltijdcheques: 1,5% tot 1,55% van het bedrag
- Ecocheques: 2,75% van het bedrag
Die kosten vallen lager uit als een handelaar lid is van een sectorfederatie. Dan gaat het om 1,05 tot 1,35%. Voor ecocheques liggen de beheerskosten op 2,75%. Ook daar loont lidmaatschap van een sectorfederatie. Dan vallen de beheerskosten terug naar 2% of minder.