PremiumTuinwerkzaamheden

De volkstuin: moestuinieren in een kletsnat tuinseizoen

Mijn Tuin

Een ongekend nat voorjaar. En de regen houdt maar niet op. Geen sprietje groen is veilig voor de slakkenvraat. Niet elke tuinierder verliest echter alle hoop. Kijk mee hoe Georges telkens het beste van zichzelf geeft om zijn groentelievelingen te verzorgen!

19 augustus 2024

Transcriptie

We zijn nu terug in het tuintje. Het zonnetje schijnt. Er staat heel wat te gebeuren. En ik heb heel wat nuttige tips voor jullie. Dus kom maar mee! We zijn hier nu in de serre. In de serre is het warm. Uiteraard, dat is de bedoeling. We moeten ook zorgen, als we water geven, dat die waterhuishouding zo lang mogelijk bij de plant blijft. Dat we de plant moeten behoeden tegen uitdroging. Er zijn verschillende manieren waarop we dat kunnen oplossen. Een eerste mogelijkheid zijn potten die je rond de tomatenplanten plaatst met een container waar water in gedaan kan worden en door druppelbevloeiing kan de grond rondom vochtig gehouden worden. Een tweede methode is hennepstrooisel. Hennepstrooisel, dat is een product dat eigenlijk de bodem niet alleen gaat beschermen tegen uitdroging maar slakken moeten daar niet van weten [als in: houden daar niet van]. Dat is scherp en de geur staat ze niet aan. Op die manier vangen we twee vliegen in één slag. Onze bodem is bedekt en de slakken blijven weg. Een derde methode die we kunnen gebruiken dat is een gleuf maken zodanig dat onze tomatenplanten iets dieper staan in een gleuf waar we dan water aan toevoegen. Het water gaat zich dan daar verzamelen en de plant gaat zich beter bevochtigen. Dat zien we dan hier. We kunnen dat in principe combineren met hennepstrooisel. Maar in dat geval is het eenvoudiger om met de gieter eens water te geven. En dat water gaat meer ter plaatse rond de plant blijven. Hier staan onze tomaten en de voorste rij, je ziet, die staat er beter voor dan zij die langs achteren staan en dat heeft een reden. We hadden een uitzonderlijk nat voorjaar. Het water van de serre loopt langs de zijkanten. Daar is de grond veel vochtiger dan hier. Te veel is te veel. Dus die tomaten hebben te veel water. Dat gaat zich wel herstelen maar ze hebben een achterstand. Dat is eigenlijk een probleem dat te wijten is, vorig jaar hadden we een extreem droge zomer, nu hebben we een extreem natte zomer . Natuurlijk – ja – alles heeft zijn voor- en zijn nadelen. Tomantenplanten zijn groeikrachtig zeker als ze voldoende voedingsstoffen hebben. Die groeien in de hoogte maar er zijn ook zijtakken. Als we die zijtakken zouden laten staan gaan we meer bloemen krijgen en ook meer tomaten. Maar we willen eigenlijk liever minder tomaten maar groter van tomaat. En daarom moeten die zijscheuten of okselscheuten verwijderd worden. Deze gaan we nu met een schaartje weg snijden want die is al vrij groot geworden. We kunnen die ook afnijpen maar dan riskeer je een wonde. En we moeten er eigenlijk voor zorgen dat de snede zo zuiver mogelijk is. Als we dat doen met een schaartje dan hebben we een mooie, zuivere snijwonde. Hier staan we bij de kerstomaten. Bij kerstomaten geldt die regel niet dat die geluisd moeten worden want er mogen meerdere kleine tomaten zijn en hier laten we die okselscheuten staan. Uiteraard diegene die in de weg zitten of te groot worden kunnen we wel verwijderen. Dat is een kwestie van de plaats, de beschikbaarheid dat er i, maar die hoeven niet per se geluisd te worden. Hier staan we buiten. We hadden een extreem nat voorjaar. Onze tomaten staan hier wel mooi. Dat is omdat die resistent zijn tegen phytophthora of de tomatenplaag. Nu – uhm – dat is Galahad en Prima Bella. Dat zijn tomatenrassen die compleet die geen extra besproeiing nodig hebben om ze te beschermen. En bovendien zijn ze zeer productief. Die dragen tot in november. Dat is ook een pluspunt. In zo’n serre kan het wel heel warm worden. Temperaturen boven de vijfendertig graden is te veel. In zo’n serre kan je zelfs makkelijk vijfenveertig, zelfs vijftig, graden bekomen. In de zomer, als het echt warm is en windstil en weinig luchtcirculatie maar dat kunnen we oplossen met een truucje. En hoe los ik dat op? Met ventilatoren op zonne-energie. Hier zien we zo’n zonnepaneeltje met ventilatoren erbij. We sluiten die aan en ze beginnen te draaien. Eigenlijk is dat een hele interessante manier om een kunstmatige luchtstroom te gaan maken zodat je de hete lucht wegzuigt uit de serre. We hebben hier in de serre percelle. Dat is een kruid dat gekruisd is tussen peterselie en selder. Heel nuttig in de keuken, voor in de soep. Het is interessant om zo’n plant in bloei te laten komen. Eerst en vooral; het trekt insecten aan. Die insecten gaan er ook voor zorgen dat de luizen en schadelijke insecten vernietigd worden. Maar tevens zorgen we voor nakomelingen door dat zaad te oogsten. Hier zie je zo’n voorbeeld met de beestjes die volop aan het genieten zijn van de nectar van de bloemen. En is nog eens decoratief op de koop toe! We staan hier bij de kardemonplant. Dat is eigenlijk van dezelfde familie als de artisjok maar die zijn heel gevoelig voor de zwarte bladluis. Hier zien we een voorbeeld van een kolonie van zwarte bladluizen. Maar als je goed kijkt, dan zie je dat ‘ie ook vol zit met lieveheersbeestjes. Die beestjes eten per dag vijf keer hun gewicht aan luizen. Die zijn eigenlijk onze natuurlijke bestrijders. Daarom gaan we ook geen chemische bestrijdingsmiddelen toepassen. Samen met de sluipwespen en oorwurmen zorgen ervoor dat ze een rijkelijke maaltijd kunnen nuttigen en onze storende elementen verwijderen. Nu, we moeten die nuttige diertjes huisvesting bieden. Voor de oorwurm is er een heel eenvoudig trucje. De omgekeerde bloempot opgevuld met stro. We gaan die pot vullen. Voila, we gaan die mooi aanduwen. En we gaan dat afdichten. Kijk, ik heb hier een net gemaakt. En met twee kabelbinders kunnen we die vast maken. En de bedoeling is dat we die omgekeerd in de boom hangen. Die oorwurmen vinden dat een prachtig hotel om in te overnachten. Die gaan daar nestjes bouwen. Die gaan dan voor nakomelingen zorgen. En bovendien zijn ze heel dicht bij de maaltijdtafel. De bladluizen, he. Op die manier hebben we onze natuurlijke beschermers dicht bij de plaats waar ze moeten werken. Voila, en dat gaan we nu een plaats geven hier. Aan die tak. Voila. Nu een woordje uitleg over het gebruik van sodakristallen in de tuin. Soda is een product dat in het begin van de twintigste eeuw gebruikt werd om de schotels te wassen. Dus warm water, soda erin … werden de schotels gewassen en wat deed men nadien met het water? Men goot dat in de lochting, in de moestuin. Het doel daarvan was de parasieten, luizen enzo te doden. Wij kunnen die soda dus eigenlijk ook in de tuin toepassen. En er is specifiek een oplossing tegen knolvoet. Knolvoet dat is zo’n ziekte waarvan men zegt: “Eens knolvoet in je grond zit mag je zeven jaar aan één stuk geen koolgewassen op die plaats zetten.”. Wel, als je het plantgat waar de kolen uitgeplant gaan worden, de avond op voorhand gaat begieten met warm water waar soda in opgelost is, en tijdens de aanplant een handgreep kalk gooit, dan ga je ervoor zorgen dat knolvoet geen kans krijgt. Eerst en vooral, die knolvoet kan niet tegen die soda maar kan ook niet tegen die kalk. Teeltafwisseling is nog belangrijker. Zorg ervoor dat je niet binnen vier jaar kolen op dezelfde plaats teelt. Op die manier ga je op een natuurlijke manier voorkomen dat die knolvoet kans krijgt om zich te ontwikkelen. Maar als je ze hebt, dat is een mogelijke oplossing. Een woordje uitleg over het gebruik van natriumbicarbonaat. Natriumbicarbonaat of bakpoeder is in de handel vlot verkrijgbaar onder bakkersgerei. Bicarbonaat het als voordeel van ook schimmelziektes tegen te gaan. Bijvoorbeeld echte meeldauw, de witziekte bij rozen, kan je perfect behandelen met bicarbonaat. Meestal kan je dat combineren met bruine zeep. Wat doet die bruine zeep? Als je een luizenplaag hebt, gaan die luizen een kleverige stof afscheiden waar die mieren zo zot van zijn. Die kleverige zoetstof trekt ook stof aan. Je bladeren worden zo grijs en grauw. Door die bruine zeep gaat die smurrie oplossen. Je luizen gaan dood en tegelijkertijd word je plant een beetje gewassen. Ik doe daar nu een beetje dreft bij. Voila. En we vullen ons potje met water. Zo. Voila, en nu gaan we daar eens mee schudden. En kunnen we gaan toepassen op onze planten. Dus we hebben onze mengeling van bicarbonaat en zeepsop en daar gaan we onze wortelen mee behandelen want die houden van fosfaten. En er zitten fosfaten in die zeep. We gaan er nu voor zorgen dat die plant mooi beneveld wordt. We staan hier nu bij die courgetten. Dat zijn gele courgetten. En de ‘Longue de Nice’, dat is een muskaatpompoen. Heel productief. Nu die worden eerst voorgekweek in potten. Waarom? Slakken zijn dol op die planten. Als we ze te vroeg uitplanten kan het wel eens gebeuren dat de slakken de dag nadien ermee weg zijn. Dus het is beter om de plant eerst te laten ontwikkelen in een pot en nadien maak ik altijd een kuil. Je ziet het hier; ik heb hier een kuil gemaakt. Dus die planten staan al iets dieper. Van zodra ze geplant zijn laat ik ze een aantal weken – toch een goeie week inwortelen. En dan strooi ik daar Bokashi rond. Dat is dan de voedingstof. En ik dek dat af met hennepstrooisel. Ook al om de slakken tegen te houden maar eens dat zo groot is hebben de slakken er al geen interesse meer in. Door je plantgat wat dieper te maken heb je eerst en vooral een container om het vocht vast te houden. Dat is veel eenvoudiger om water te geven. En bovendien zit je plant zo in een soort van microklimaat. Ik heb daar eigenlijk hele goeie resultaten mee maar je ziet dus dat zelfs in een extreem nat voorjaar die planten zich toch mooi weten te ontwikkelen. Je ziet dat hij al heel mooi is doorworteld. Die zetten we nu in dat plantgat. En we doen daar de grond daar … rondom rond. Dus die zit er in. Wat gaan we nu doen? Een goeie handvol hennepstrooisel om te beschermen tegen de slakken en het zorgt ook voor een bodembedekking die zorgt dat de grond niet uitdroogt. Voila en het enige dat we nu nog moeten doen dat is een beetje water geven. Dat ga ik nu eerst doen. Dat hennepstrooisel kan niet weg, hé. Dat zit in die put. Als je geen put maakt gaat zich dat verspreiden over de omgeving maar nu gaat dat niet weg, dat zit in dat putje. Op die manier heeft ons plantje water gehad en de zon die doet de rest, hé. We staan hier nu bij de prinsessenbonen. Dat zijn staakbonen. Dus bonen die klimmen. Die zijn in het voorjaar geplant in potten. En ik heb die met pot en al – maar die potten hebben wel voldoende openingen onderaan – ik heb die met pot en al in de grond gestoken en je ziet, die beginnen nu te ranken. Dus binnenkort gaan die beginnen klimmen. Opnieuw met een extreem nat voorjaar. De meeste hebben niets dan mislukkingen omdat de zaden rotten in de grond maar hier hebben wij eigenlijk al een voorsprong en zijn die toch beginnen ranken. We hebben geen tijd verloren, integendeel. Binnenkort gaan we kunnen proeven van de eerste bonen. Nu zijn we iets later op het jaar – eind juni. We kunnen ze nu al in de volle grond planten. Dat is ook mijn bedoeling. Want die gaan oogstbaar zijn in juli. En nu ga ik er oogsten die oogstbaar zullen zijn in september. Op die manier hebben we onze oogst een beetje gespreid in de tijd. Daarvoor maak ik gebruik van een bollenplanter. Ik maak een klein plantgat. Ik steek daar een zestal boontjes in. En ik vul dat plantgat een beetje met goede potgrond. Waarom is dat? Eerst en vooral, die potgrond zal het water beter vasthouden en doordat die zwart is van kleur houdt die de warmte ook goed vast. Een boontje houdt van warmte. Op die manier gaan ze ook veel beter kiemen. Dat hoeft niet, hé. Je kan die ook met gewone grond vullen maar ik heb de gewoonte om dat te doen met een beetje potgrond. En dat heeft toch een beter resultaat. Kijk dat is heel simpel. Met die bollenplanter maak je een gaatje. Je steekt daar de boontjes in. Een stuk of zes. Voila. En we vullen dat gat. Voila. Zo. We staan nu bij de peultjes. Eigenlijk een heel dankbare en lekkere groente. Is in de winkel vrij prijzig maar dat komt omdat het manueel moet worden geplukt. En de kost zit in de plukloon maar wij zaaien dat zelf en we oogsten dat. Het enige dat je moet doen is dan de puntjes, de draadjes eraf halen. Spoelen in proper water en in de kookpot. Ook zeer voedzaam, hé. We moeten ook wel opletten want in deze periode heb je de parasieten die erin komen. Soms zitten daar wormen in, maar bon, als je biologisch tuiniert, dat hoort erbij hé. Honderd procent succes, dat bestaat niet, hé. Er zullen er altijd bij zijn die gestoken zijn, oké, dan is dat maar zo, maar wij zijn tenminste zeker dat wat wij oogsten zuiver is. Dat daar geen chemicaliën zijn die onze gezondheid kunnen schaden. De werkzaamheden voor vandaag zijn gedaan maar je ziet dat we vuile handen hebben. Dat geel is van het luizen van tomaten. Dat sap van die tomaten geeft een gele aanslag die moeilijk te verwijderen valt. Maar we hebben daar een oplossing voor. Rabarber. We gaan die rabarberstengel gewoon vermorzelen en ze noemen dat de zeep van de tuinman. We gaan onze hand daarmee inwrijven. Net zoals we dat met zeep zouden doen. Voila. En nu gaan we ze afspoelen. En dat is het resultaat. Je ziet: alle aanslag is verdwenen. En m’n handen zijn zo zuiver als ze gewassen zijn met de beste zeep maar het is met rabarber gedaan. Ik dank u! Tot de volgende!

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium partner en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • wekelijkse newsletter met nieuws uit uw vakbranche
  • digitale toegang tot 35 vakbladen en financiële sectoroverzichten
  • uw bedrijfsnieuws op een selectie van vakwebsites
  • maximale zichtbaarheid voor uw bedrijf
Heeft u al een abonnement? 

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
28 mei 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine