MOESTUINIEREN IN EEN NIEUWE SERRE
Mijn Tuin
Diep in de Kempen heeft Jean een parel van een buitengoed waar hij zich kan uitleven in het moestuinieren in harmonie met de natuur. Een dagje werken in het groen is voor hem een waar plezier!
Transcriptie
<p>De winter is bijna gedaan, haha, m’n handen jeuken om in de tuin te beginnen en echt, er is wel veel werk vandaag, want wat gaan we doen? We gaan kijken hoe een serre gebouwd wordt, we gaan de boombaard een serieus onderhoud geven, ik kijk er al naar uit!<br />Voila, we zijn al aanbeland bij de serre. De gasten zijn al heel druk bezig, sinds vanmorgen vroeg, en we gaan eerst eens kijken wat er allemaal belangrijk is bij het bouwen van zo’n grote serre. <br />Een serre die in de schaduw staat, dan moet je niet hopen op een goeie oogst van tomaten en of aubergines, dus zorg ervoor waar de plaats van de serre komt goed in de zon ligt. Tweede tip! De serre moet stabiel zijn. Een serre die gaat verzakken gaat tot glasbreuk leiden en tot een hele hoop miserie. Wat hebben de jongens gedaan om de serre hier stabiel te maken? Wel, ze hebben op die plaatsen een paal in de grond gezet, maar niet zomaar in de grond gestopt, er zit heel wat stortbeton rond, turbobeton, dat op een uurtje droog is, zodat je een stevige basis hebt, om die boordplaten ook neer te zetten, ja, en dan is het een kwestie van opbouwen. <br />Ja, en op die stevige basis zijn we dan begonnen met het plaatsen van het geraamte van de serre. Het geraamte van de serre bestaat grotendeels uit gerecycleerd materiaal van allerlei grote serres uit de Noorderkempen, die afgebroken werden en waarvan de stukken nu op maat zijn gezaagd om er tweedehandse serres van te maken. <br />De structuur wordt extra verstevigd door kruislings steunstructuren aan te brengen waardoor het door de driehoeksvorm allemaal een beetje beter aan elkaar gaat hangen en de serre later met de wind niet gaat wiebelen en opdat het een zeer stevig, degelijk geheel gaat vormen. <br />Dit is gehard glas, niet alleen gehard maar ook gehamerd. Wat betekent dat? Gehard dat het niet zomaar in stukken kan gaan, bijvoorbeeld tijdens een zware hagelbui, wat ik ooit wel eens in het Waasland heb meegemaakt. En ge- [nadenkend], gehamerd, dat wil zeggen dat op het oppervlak, het buitenoppervlak van dat glas is oneffen, en daardoor is de zonnestraling binnenin in de heetste dagen van de zomer iets minder intens en dat betekent dat ik het glas op het dak niet zal moeten witten tijdens de zomer, alweer wat werk bespaard. <br />Eén van de lekkerste fruitsoorten die er bestaan, dat zijn uiteraard perziken, maar dan heb je uiteraard die verschrikkelijk vervelende krulziekte. Nu, er is één manier om die krulziekte op je perzikboom te vermijden. En er is ook maar één moment waarop je dat kunt doen en daarover gaat dit. Kijk. Bij deze perzik, hé, zijn juist de knoppen aan het uitlopen. Je ziet juist het roze van de bloemen verschijnen. Wel, als je dat ziet, moet je geen week meer wachten. Dan moet je onmiddellijk met een koperproduct dat boompje even bespuiten. Bordeauxse pap, het mag ook in de biologische landbouw gebruikt worden, is ideaal daarvoor. Met een koperproduct in je spuitbus, en dan even de knoppen bespuiten, dan gaat de schimmel die ervoor zorgt dat bladen gaan krullen en takken gaan afsterven, en dat er geen vruchten komen, dan ga je die schimmel in de kiem smoren. Maar je moet het nu doen, net als ze uitlopen. Dus hou die perzikboompjes in je tuin goed in het oog, zie je kleur aan het eind van de knopjes verschijnen, dan is het moment om in te grijpen. Kijk, dat gaan we nu doen. Ik pomp even mijn sproeier op, en daar gaan we.<br />Deze bomen staan er nu iets meer dan twee jaar, en je ziet wat er gebeurt als ze niet vastgemaakt worden aan die steunpaal, dan gaan ze in de zomer, zeker met die wind, heen en weer gaan, dan gaan kleine haarwortels onderaan in de grond afbreken, en dan gaat die boom in z’n groei zeker belemmerd worden.</p> <p>Dat kunnen we niet toestaan. Een paal moet je altijd aan de windkant zetten, dat wil zeggen, aan de westkant van het boompje, steek je de paal mee in de grond, liefst al bij het planten van de boom zelf. En dan maak je hem vast met een boomband, maar ja, die jute boombanden zijn na twee jaar grotendeels versleten, hé, ook door het bewegen van de boom, kijk, hier is ze zelfs doorgescheurd, dus die ga ik er nu afhalen. En ik ga die vervangen door een ander, gemakkelijk systeem. Die spijker, die gaat er nu uit. Zo. En dan maak ik gewoon een nieuwe boomband met een stukje overschot van rubber. Dat is heel gemakkelijk. Ik knip met de schaar een eindje af, opdat ik er een acht mee kan maken rond het boompje en rond de paal. Voor de zekerheid toch maar lang genoeg pakken. Liever een stuk afknippen, is altijd beter dan een stuk aanzetten, hé. En dan ga ik dus rond het boompje, zo, en rond de paal, die band bevestigen. Niet meer met een spijker, maar gewoon met een tackske [nvdr; nietje van de nietmachine, naar het woord tacker] van de nietjesmachine. Voila, kijk, die staat weer vast. Kan niet meer bewegen in de wind, en daardoor kan ‘ie rustig doorgaan met groeien. Er zijn er nog een paar die ik moet doen, dat is een werkje van niets, hé!<br />Wat vind je van mijn naambordjes? Mooi, hé! Gewoon op leisteen geschreven, Rode Astrakan. Een hele lekkere eetappel, maar ik heb hem nog niet geproefd. Misschien vanaf dit jaar dat er wel aan zullen komen. Maar kijk eens, op deze plaats hier zit de ent. Dus alles wat hier boven staat, dat is de echte variëteit. Dat is mijn Rode Astrakan-appel. En ik volg dan de onderstam, die van een wilde soort is, volg ik naar beneden en “Ola, één, twee, drie scheuten van onderaan de ent!”. Dat wil zeggen, die horen niet bij mijn boompje, dat zijn wilde, en je moet eens zien wat die op één jaar gedaan hebben, die zijn een anderhalve meter gegroeid op een jaar tijd. Bijgevolg gaan die met bijna al het eten van mijn variëteit lopen, en dat mag niet, dus die gaan eraf. <br />Ah, kijk hier eens, goh – goh – goh [lacht], hier zie je duidelijk dat wat uit de onderstam komt, niet de soort is van vanboven want de onderstam is er eentje van een boom met takdoornen. Vraag me niet dewelke, dat kan ik zo niet zien, maar het is in ieder geval iets wat langs onder eruit komt, onder de ent, en dat moet eraf. Op die manier gaat er geen eten verloren voor wat er boven staat, hé. Voor wat mijn peren moeten worden, van – euh – mooie ‘Louise d’Avranche’. <br />Kijk, aan … dit boompje, het is een peer, een super peer, ‘Super Trévoux’, lekkere handpeer, kun je zien dat er barsten zijn in de stam. Kijk eens wat een joekel van een barst hier. Welnu, dat zijn vorstscheuren. En vorstscheuren, die kun je eigenlijk op één manier verhinderen, namelijk door je stam wit te maken. En ik heb vroeger allerlei trucjes geprobeerd, met kalk vermengd met koeienvlaai, en noem maar op wat je allemaal vindt op het internet, je kan het niet geloven, maar doe niet te veel moeite. Pak gewoon een emmer, een borstel en een product uit de tuinwinkel – even goed schudden – en daarmee ga ik de stam wit maken. <br />En wat is nu nog het bijkomend voordeel? Wel kijk, als deze kalk droog is, hé, dan is die oppervlakte een beetje poederachtig, en dat poeder, dat kruipt in de gewrichten van de vrouwelijke bladluizen die langs de stam omhoog kruipen. De mannetjes kunnen vliegen, maar de vrouwtjes niet! Die overwinteren hier in de strooisellaag. En binnenkort kruipen die langs de stam omhoog. En dan blijft die kalk tussen hun poten hangen, in hun gewrichten en dan – [bootst haperende geluiden na en trekt grimas] – geraken ze niet meer vooruit. Voila, en ze kunnen ze niet bij de sappige blaadjes en de knoppen geraken. Ziezo, op naar de volgende!<br />Een heel leuke periode dus om in de boomgaard te werken, en het is niet alleen maar de stammen wit maken en de valse scheuten wegdoen, ik zou ook graag onder mijn bomen een boomspiegel willen maken. Wat is een boomspiegel? Wel, dat is gewoon meestal een ronde plek onder een fruitboom waar je liever zou hebben dat er niet te veel ander gras of onkruid, of netels of wat dan ook, groeit. En waaronder de regenwormen vrij spel hebben, en waar ze heel graag hun gangetjes graven. Het is dus nog goed voor de bemesting van de boom ook. En kijk, dit zijn gewoon stukken karton, een beetje ingesneden, ja, karton, dat vindt je overal. En ik ga eerst even passen om te zien […] of de maat wel goed is. Dus dit schuift rond de steunpaal, en euh, rond mijn boomstam. En dit in de andere richting. Ja kijk, dat is perfect, hé. Dus nu ga ik gewoon met mijn schop er eens rond steken, daarna ga ik met de troffel het gras eraf steken zodat ik een propere bodem krijg, en dan ga ik de boomspiegel erop leggen, en het is klaar. <br />Het is heel eenvoudig te maken in karton, je ziet het, dat is niet alleen om de bladluizen een beetje tegen te houden, niet alleen om het onkruid dat van beneden naar boven gaat, netels, noem maar op, straatgras, om dat wat tegen te houden, maar het dient ook om ervoor te zorgen dat schapen, of zoals hier reeën die hier ‘s nachts komen rondnibbelen en overal hier en daar knabbelen, hé, dat die te dicht bij de boom gaan komen. En dat is ook de reden dat we, euh, nog een korf erbij gaan zetten. Een boomkorf. Heel simpel. Wat geplooide ijzerdraad, je kan dat ook met kippengaas doen, maar ik heb hem redelijk stevig gepakt hier, en er zo er omheen plaatsen.<br />Er is een boomspiegel, ik heb verstandig gesnoeid, de waterscheuten, de scheuten van de onderstam weg gedaan, en nu moet ik alleen nog die korf een beetje vast zetten. Heel eenvoudig. Eenmaal bovenaan. s<br />Kijk, normaal gaat die boomkorf een centimeter of vijf de grond in, dan staat ‘ie heel stabiel, maar nu staat ‘ie op dat karton. Dus dat is een beetje moeilijk. Hij zou heen en weer kunnen gaan en hier tegen het boompje aan kunnen zwiepen. Dus dat gaan we verhinderen. Ik ga gewoon met één krammetje de korf een beetje vastzetten hier tegen de steunpaal. Zo.<br />Dit is twee kilo zaadmengsel van eenjarige akkeronkruiden. Ja, je vindt het wel hoor, zoek maar op het internet, zoek naar het A2-mengsel en je komt automatisch op een aantal websites waar je dit kunt kopen. Twee kilo, je zult zeggen: “Dat is niet veel!”, maar eigenlijk is dat heel veel want ik heb zo ongeveer een tweehonderd vierkante meter die ik moet doen, daarmee kom ik met één kilo, misschien zelfs met minder, gemakkelijk toe! Maar wat is nu belangrijk als je een bloemenweide gaat zaaien? Je moet eerst kiezen welke soort bloemenweide, dit is een éénjarige bloemenweide die je dus jaarlijks een beetje moet bij zaaien, maar je kan ook kiezen voor een bloemenweide met vaste planten. En waarom giet ik dat nu in één keer uit? Wel, omdat in dit pak door het vervoer, en de reis en zo verder, de zaadjes zo’n beetje gesorteerd zijn volgens grootte. De kleinste zakken naar beneden.</p> <p>En de grootste die blijven bovenaan liggen. En daarom, het eerste dat ik doe, dat is dit eens goed onder elkaar mengen. <br />Er zijn zaadjes die zo klein zijn, bijvoorbeeld de ruwe klaproos, dat je ze bijna niet ziet, hé. Ja, wat zit er allemaal in dit mengsel? Er zitten klaprozen in, korenbloemen, gele ganzenbloemen, éénjarige margrieten, bolderik, noem maar op! Allemaal van die hele mooie bloemen, als je ze nu zaait, in de loop van de maand mei allemaal gaan bloeien, en daarmee doorgaan tot in september, stel je voor, minstens vijf maanden bloemenrijkdom. Zie de bijtjes, zie de hommels maar vliegen. En denk terug aan de boorden van de weg uit je kindertijd. Want die waren toen ook nog zeer bloemrijk. Dus we gaan hier ook de natuur terug een handje helpen. Op dit stukje waar ik niet alleen een bloemenweide ga zaaien, maar waar ik ook twee grote amfibieënpoelen heb gegraven. En dan hoop ik dat de groene en de bruine kikker heel snel hier zullen terug komen. Samen met de kleine watersalamander en de alpensalamander, dat zijn allemaal diertjes die hier op dit stuk voorkomen en die we zo een betere thuis gaan geven. <br />Wit zand, ja, daarvoor moet je hier niet ver gaan, we zitten in Mol. Dus het wit zand van Mol dat zit hier twee meter onder de grond over heel de gemeente. Dus ik doe er wat van bij. En waarom dat wit zand? Om ervoor te zorgen dat, als ik gezaaid heb, dat ik ook meteen goed kan zien op deze zwarte grond waar ik al gezaaid heb. Ja, haha [lacht], simpel eigenlijk, hé!<br />En ik meng dat gewoon door elkaar. Hup! De meeste van deze zaadjes, dat zijn zogenaamde lichtkiemers, dus je hoeft die niet onder te harken of zo. Het is zelfs zo dat bijvoorbeeld klaprozen alleen maar kiemen als ze aan het licht komen. Denk aan Flanders Fields, de poppies, de klaprozen die daar groeiden na de bombardementen na de eerste Wereldoorlog, ja, dat kwam ook omdat die zadenbank die in de grond zit, al die zaadjes, die kunnen tientallen zelfs wel honderd jaar bewaard worden onder de grond. Als die dan boven kwamen, licht zagen, dan begonnen ze te kiemen. En dat is de reden waarom je heel vaak op opgehoopte stukken grond als eerste klaprozen ziet verschijnen. Meestal samen met kamille. Dat zit hier trouwens ook in. Nu gaan we zaaien!<br />Ik ga proberen zo’n maretak te zaaien en daarvoor heb ik een eik nodig, of een fruitboom, maar ja, hier stond een mooie, grote eik. Nu zul je afvragen, zo’n maretak, dat zijn die bollen die je deze tijd van het jaar, als de bladeren nog niet helemaal aan de bomen staan, ziet hangen, vanaf Limburg en verder naar de mergelstreek, en natuurlijk heel Frankrijk, staan overal maretakken in de bomen. Kan dat geen kwaad voor die bomen? Want maretak, dat is toch een parasiet? Welnee, het is een halfparasiet. Dat wil zeggen dat ‘ie van de boom alleen wat water neemt, maar z’n voedsel maakt ‘ie zelf aan in z’n groene bladeren. Dus in feite kan ‘ie geen kwaad doen aan de boom. En daarom ga ik deze eik hier, ook voor het oog, en voor het magische element op dit plekje, ga ik deze boom voorzien van enkele maretakken. Wat heb je daar voor nodig? De bessen, ja, probeer er in de natuur er een paar te verzamelen. Misschien zal je ervoor moeten klimmen want de meeste hangen vrij hoog, maar ik ga deze vrij laag proberen te zaaien. <br />Nu, zo’n zaadje van een maretak, zo’n besje, ik ga je er hier eentje laten zien, als je dat stuk knijpt, dat kleeft allemaal, je moet eens zien, kijk eens, daar zit zo’n kleverig snot in, en ik krijg dat zaadje nu bijna niet meer van mijn vinger. Wel, nu is het kwestie van zo’n zaadje onder de bast te krijgen. En als dat lukt, dan heb je kans, ik weet niet hoe groot die kans is, misschien één op tien, daarom gaan we er verschillende proberen, hé, dat dat besje gaat ontkiemen en dat het een paar zuigwortels gaat vormen in die tak, en dat je binnen vijf jaar, want zolang moet je geduld hebben tot je zo’n mooie, bolvormige maretak hebt, maar dat geduld heb ik, aan het werk. <br />Kijk, ik doe dat met een mes, dus hier, nu is het een kwestie [zin afgebroken]. Waar ga ik hem doen? Hier op deze tak, dat lijkt me goed, het is een tak van een jaar of drie, vier oud. Ik ga hier een omgekeerde T in snijden. Zo, dat is het beentje van de T, en dan dwars erop, een keer zo, voila.<br />Als ik het voorzichtig doe, dan heb ik nu twee flapjes, die ik omhoog kan plooien. Dat is één.<br />En dat is twee. En tussen die flapjes, moet nu mijn besje gaan verdwijnen. <br />[lacht] Zie mij hier zitten, midden in de natuur, in mijn hof, nergens kan ik beter zijn. Wie dat doet, gaan tuinieren – beste mensen – misschien met een paar buren, huur een stukje weide, spit het om, en begin te tuinieren, dat is goed voor het lichaam én [beklemtoond] voor de geest. Dat kan ik niet dikwijls genoeg zeggen, maar nu is het tijd om even te ontspannen. Santé, en tot de volgende keer.</p>