De volkstuin: moestuingeluk
Mijn Tuin
Kriebelt het om zelf je eigen groenten te telen? Alleen al het wroeten in de aarde is een echte stresskiller. En de belofte van een lekkere oogst doet al watertanden. Voor we dat bereiken, is er eerst nog wat werk te doen. Volg mee met Georges hoe hij zich uitleeft in zijn gezellige volkstuin.
Transcriptie
Welkom terug in mijn moestuin. Ik heb nog heel wat werk te doen en ik ben blij dat jullie kunnen meekijken zodat we samen allemaal kunnen bijleren. Ik dank u! Het aspergeseizoen loopt van half maart tot half juni. Nu is het moment om dagelijks te kijken hoe het gesteld is en elke asperge die zijn ‘hoofd’ boven de grond uitsteekt is klaar voor de stoofpot. We hebben die asperges afgedekt met een gronddoek. Waarom? Die asperges zijn wit. Als ze licht zien, worden ze groen. Dus om te vermijden dat ze groen worden, worden die afgedekt. Ook al steken ze hun ‘kopje’ al enkele centimeters boven, ze blijven wit. En dat is de bedoeling. Ons gronddoek gaan we nu verwijderen. Wat we nu gaan doen is die grond rond de asperge een beetje opzij wringen. Zodat we met ons mes of onze ‘steker’ de asperge kunnen oogsten. Dus we gaan hier de asperge afsteken, voila. En dat is het resultaat. Een hele mooie, slanke asperge. Dus achteraf gaan we dat putje weer vullen want er zijn nog asperges op komst. We gaan onze berm weer mooi herstellen zoals die oorspronkelijk was. Kijk, en die asperges die we nu afsnijden, die gaat dus niet verder meer groeien, hé. Aan die wortel komen nieuwe knoppen. En die nieuwe knoppen gaan nieuwe asperges worden. Dus elke afgesneden asperge is voor de rest dood. Die aspergewortels, als die geplant worden, dat zijn tweejaarse planten. We hebben daar trouwens al eens een uitzending over gedaan. Bij het planten moet je zorgen dat de lijn, laat ons zeggen – je hebt een strookje van een centimeter waar die knoppen zitten – dat die mooi in lijn liggen. Om de eenvoudige reden: als dat niet zo is, dan gaan die asperges op de duur in plaats van bovenaan de berm langs de zijkant uitkomen. Dus die planten moeten mooi uitgelijnd zijn en dan nog zie je dat er af en toe wel eens eentje scheef langs de zijkant uitgroeit. Dat is geen drama maar het is toch belangrijk om te zorgen dat ze mooi in lijn liggen. Kijk. Dat is hier een kleintje. Kleintjes zijn ook lekker, voila. Zo. Putje opnieuw dicht. Kijk. We kunnen nu oogsten tot half juni. Natuurlijk. Dan hebben we die planten sterk uitgeput. Dan krijgen ze nadien een extra dosis meststof om te kunnen groeien. Asperges hebben ook veel kalk nodig. Kalk voeg je toe in het najaar of in het vroege voorjaar. Wat we ook doen heel vroeg in het voorjaar is zorgen voor extra bemesting want je ziet nu: de planten beginnen volop te groeien maar die groeien nu op de reserves in de wortel maar dat blijft niet duren dus we moeten ervoor zorgen dat we in de toekomst blijvend mooie asperges hebben waardoor ze op tijd hun voeding krijgen uiteraard. Kijk, we moeten zeker opletten als asperges naast elkaar staan die nog aan het groeien zijn dat we die niet mee afsnijden. Dat is alleen degene die we nodig hebben. Kijk, en hier is een stuk, dit stuk is houterig. Bij het kuisen gaan we dat verwijderen. Kijk, dat ziet ook bruin, dat kunnen we gemakkelijk verwijderen. Maar dat doen we op het moment dat we ze klaarmaken. Voila. Kijk. Dat is onze oogst van vandaag. Eigenlijk is dat al een portie, hé. Die gaan we nu bewaren in de frigo in een vochtige handdoek. Op die manier blijven ze een week vers. Nu, water geven is eigenlijk bijna niet nodig want eigenlijk bij de aanleg liggen die [...], we maken een greppel van laat ons zeggen tussen de vijftig en zeventig centimeter diep die we vullen met stalmest. Daar planten we onze asperges op dus die asperges zitten zeker veertig – vijftig centimeter onder de grond. En op die diepte heb je bijna altijd vocht. Natuurlijk, bij extreem droge periodes kan het wel eens nuttig zijn maar dit gronddoek is waterdoorlatend, is grof geweven, dus als het regent gaat het water erdoor. Ik oogst nu om de twee dagen maar er zijn natuurlijk na een koude periode, als het plots warm wordt en vochtig dan komen ze allemaal tegelijk naar boven. Dan kan het zijn dat je alle dagen moet oogsten. Dat is natuurlijk tof maar dat is meestal niet het geval. Gewoonlijk om de twee dagen kan je genieten van een verse oogst. Kijk, en wat we nu ook gaan doen is dat doek een beetje strak leggen zodat we goed zien als er een asperge aan het steken is, dan maakt ‘ie zo een torentje. Dus kijk, we gaan dat hier een klein beetje aanspannen. Voila. Dat zijn de paprika’s die we gezaaid hebben in januari en die nu klaar zijn om uitgeplant te worden. Je ziet dat zijn Spaanse, grote rode paprika’s. Er zijn daar heel veel rassen in maar afhankelijk van wat je graag hebt kan je daar in kiezen. Het is zelfs zo, als je paprika’s koopt in de handel en die zijn niet hybride – want daar moet je voor opletten, ze mogen niet hybride zijn want anders is het zaad niet vruchtbaar, maar daar kan je dus zelf zaad van nemen en volgend jaar dezelfde soort gaan zaaien. We gaan de grond waarmee we onze paprika’s gaan toedekken een beetje verrijken met een biologisch samengestelde meststof. Zodat de plantjes tijdens hun groei voldoende voedsel hebben. Voila en nu kunnen we starten. Dat is nummer één. En we planten ze wel wat dieper. Als ze wat dieper zitten is daar ook wat meer vocht te vinden en moeten we veel minder water geven. Zeker nu met de klimaatverandering, met de droge zomers, is het belangrijk om daar een beetje rekening mee te houden. En die onderste blaadjes, die kan je gewoon verwijderen. Als die paprika’s beginnen te groeien, gaan die okselscheuten beginnen te vormen zoals tomaten. En we moeten die luizen. Als we dat niet doen, gaan die niet in de hoogte maar in de breedte groeien. We gaan die okselscheuten bij de groei verwijderen zodat de groeikracht naar de kop van de plant gaat en dat ze wat hoger komen. En dat is ook beter om mooiere en grotere vruchten te hebben. Voila, een beetje dieper in de grond. En daar een beetje voedzame grond erbovenop. […] En ze zijn vertrokken. Kijk, vele mensen denken: “Ja, maar paprika’s moeten toch in de serre gekweekt worden. Dat is niet waar. We leven nu in een – met de opwarming van het klimaat – kunnen we perfect paprika’s kweken in onze tuin. Natuurlijk, ze zijn niet vorstbestendig maar er is geen vorst momenteel en dus – jah – wat ik wel doe, de chilipepers, de pikante, dus de cayenne en de chilipepers, die gaan in de serre. Maar de blokpaprika’s, de mooie grote paprika kan je perfect in de tuin kweken zonder echt extra bescherming. Op het gebied van watergift is het belangrijk natuurlijk bij grote droogte dat je ze af en toe een beetje water geeft. Een plant waar de wortel weinig water krijgt, gaat de wortel diep in de grond zoeken naar vocht. Als je ze constant elke dag water geeft, dan heeft die plant geen behoefte om diep te gaan wortelen. En als je dan vergeet water te geven, dan gaan ze sterven. Nu moeten we ervoor zorgen dat we de grond die we rond de wortels hebben toegevoegd dat zich dat mooi verenigd. Dat gaan we doen door overvloedig water te geven zodat de wortels mooi omgeven zijn door grond. Als we water geven, doen we dat altijd langs de voet van de plant. Want de druppels water op het blad met de zon erop, die druppels vormen lenzen waardoor het blad eigenlijk gaat verbranden. Om dat te vermijden geven we water aan de voet van de plant. […] Het kan nu geen kwaad als er een blad nat wordt hoor. Het is niet de bedoeling dat we met een gieter met een sproeier gaan werken zodat de plant kletsnat is. Dit zijn onze selderplantjes die we in februari binnen gezaaid hebben. Ik heb die gezaaid in een warme bak, daarna verspeend in potjes en een drietal weken geleden uit gepland. Op die manier hadden ze al een voorsprong op de rest. Als je ter plaatse moet zaaien dan zouden die planten nu niet zo schoon staan. Je ziet die zijn nu in volle groei en laat ons zeggen binnen een maand kunnen wij al selder oogsten. Jullie herinneren zich nog wel in een vorige uitzending dat we dus die sluimererwten voorgezaaid hebben in die vermiculiet en dan uitgeplant ter plaatse. Er is een verschil van veertien dagen tussen die helft en die helft en eigenlijk zie je weinig verschil. Dat komt omdat we een heel koud en nat voorjaar hebben gehad. Dus die plantjes hebben eigenlijk een beetje achterstand. Je ziet: vroeg zaaien en planten is niet altijd een goede methode. Kijk naar de weersomstandigheden en pas je aan aan het klimaat. Zo. Hier hebben we nog een ander voorbeeld van forceren en vroeg te beginnen. Dus ik heb – normaal gezien – na de IJsheiligen worden de bonen geplant. Dat is een traditie die al eeuwen oud is. Wat ik doe, dat is een beetje vervroegen door te zaaien in potjes. Ik neem vijf à zes bonenzaadjes. Ik plant die in zaai- en stekgrond. En in een potje met veel gaatjes onderaan. Dus wat zie je? Die worteltjes beginnen er al door te komen. En ik ga die nu in de grond steken met pot en al. Dat heeft een voordeel. Dat dus die worteltjes dieper in de grond zullen gaan en gemakkelijker hun vocht zullen vinden. Vanaf eind juni ga ik nog een tweede reeks ter plaatse zaaien. Dit is gewoon om het een beetje te forceren om vroeger te kunnen oogsten. En we gaan die planten op touwen en fietswielen. Daar is vroeger ook al eens een uitzending over geweest. Je neemt een paal, dat is vroeger nog een oude antennepaal geweest en wat heb je nog nodig? Dat is een fietswiel. Ga langs bij de fietsmaker en vraag naar een afgedankt fietswiel om te gebruiken en dat gaan we daar dus bovenop zetten met acht touwen daarrond. En nu gaan we onze touwen verbinden met de hoepels. Je ziet dat is zo’n hoepel van vroeger maar je kan dat ook gewoon met een elektriciteitsbuis rond plooien maar in de handel vind je dat kant-en-klaar. We gaan die eerst al eens vergrendelen zodat ze blijven liggen. […] Voila, en nu gaan we die touwen… Voila, dus onze touwen zijn gespannen. Ons fietswiel is ter plaatse. En nu gaan we de boontjes planten. Voila. Dat mag goed diep zijn. Perfect zo. Omdat die worteltjes dieper moeten gaan en daar meer vocht vinden. Terwijl als ze aan de oppervlakte zijn gaan ze vocht gaan zoeken in de omgeving maar als het droog is, dan hebben ze een probleem. Nu gaan die planten wel beter bestand zijn tegen vochtigheid, uh, tegen de droogte. Stel nu dat het in de periode rond tien mei heel nat is, dan riskeer je dat de zaden die je gezaaid hebt, dat die gaan rotten in de grond en dan mag je achteraf nog eens herbeginnen. Terwijl nu – zelfs al is het nu eens een periode heel nat – die plantjes eigenlijk zijn vertrokken. Dus geen probleem niet meer, laat ze maar groeien. ‘k Ga m’n zweet eens afkuisen. En uiteraard een beetje water geven. Dat gaan we zeker doen nu. Kijk we gaan nu water geven ook maar vooral rond het potje. Zodat de aarde die daarrond zit mooi kan aansluiten. En dat de worteltjes geen holle ruimten tegenkomen. Dat hebben ze natuurlijk ook niet zo graag. Kijk. Rondom rond. Mooi water geven. Ik heb mij geamuseerd vandaag. Ik hoop van u hetzelfde. Dus we spreken af voor een volgende aflevering in mijn moestuin. Ik dank u!