Frisdranken en water staan onder druk
Kruisinterview met Damien Colette en Philip Buisseret van VIWF
Naar aanleiding van de publicatie van de Barometer 2025 van de consumptie van frisdranken in België schetst de VIWF (Belgische Federatie van Producenten van Frisdranken en Waters) het beeld van een sector die tegelijk essentieel is, sterk gereguleerd en steeds zwaarder belast. Wij spraken met Damien Colette, sinds bijna twee jaar voorzitter van de federatie, en Philip Buisseret, secretaris-generaal, om de cijfers van de barometer te duiden, maar vooral om de structurele uitdagingen voor de sector te bespreken.
Consumptiegewoonten veranderen langzaam
Volgens de barometer blijft water de meest geconsumeerde drank in het dagelijkse leven: 53 % van de Belgen geeft aan elke dag water te drinken. Opvallend is dat 67 % nu de aanbeveling van minstens één liter water per dag haalt, een stijging van 17 % ten opzichte van 2023. Toch drinkt nog steeds een derde van de bevolking onvoldoende, en 14 % haalt zelfs geen 33 cl per dag.
Wat frisdranken betreft, verloopt de transitie geleidelijk. De dagelijkse consumptie van gesuikerde dranken daalt licht van 16 % naar 15 %, terwijl suikervrije dranken stijgen tot 23 %. Smaak blijft een doorslaggevende factor: zoet blijft de favoriete smaak voor 44 % van de consumenten, gevolgd door citroen (37 %). Meer complexe smaken winnen terrein, vooral bij jongere consumenten.
42 % van de Belgen koopt soms dranken in het buitenland, een cijfer dat oploopt tot 54 % bij de min-34-jarigen. Water speelt hierbij een centrale rol
Prijs is belangrijkste aankoopcriterium
De Barometer 2025 bevestigt dat prijs het belangrijkste criterium is bij de aankoop van dranken: 62 % van de Belgen let hierop, vóór smaak (58 %). De stijgende prijzen beïnvloeden het aankoopgedrag van 63 % van de consumenten, die hun gewoonten aanpassen door vaker promoties te zoeken of goedkopere alternatieven te kiezen.
Deze prijsgevoeligheid vertaalt zich ook in een toename van grensoverschrijdende aankopen. 42 % van de Belgen koopt soms dranken in het buitenland, een cijfer dat oploopt tot 54 % bij de min-34-jarigen. Water speelt hierbij een centrale rol: het blijft een belangrijke drijfveer voor deze verplaatsingen, door aanzienlijke prijsverschillen met de buurlanden (onder meer als gevolg van belastingen. België is bijvoorbeeld het enige land dat een verpakkingsbijdrage van bijna 10 cent per liter heft).
Een sector met duidelijke opdrachten
De VIWF verenigt producenten van water en frisdranken rond gemeenschappelijke thema’s: milieu, fiscaliteit en volksgezondheid. “Bij frisdranken spreken we over verwerkte producten. Onze verantwoordelijkheid is duidelijk: ze zo gezond mogelijk maken,” benadrukt Damien Colette. “Dat betekent continu werken aan suikerreductie, het gebruik van alternatieven voor suiker, transparantie over recepten en correcte consumenteninformatie.”
De prioriteiten richting 2026 zijn helder: verder inzetten op productkwaliteit, het hoofd bieden aan een toenemende fiscale druk en beter communiceren over de realiteit van de sector en zijn engagementen.
Zo heeft de sector zich geëngageerd in een vrijwillige afspraak rond verantwoorde communicatie. Producenten verbinden zich ertoe geen reclame te maken voor frisdranken – inclusief energiedranken – gericht op jongeren onder de 16 jaar, in lijn met de Belgian Advertising Code. Voor energiedranken gelden nog strengere regels: geen sampling, geen claims over het verminderen van de effecten van alcohol, en een duidelijke afbakening van communicatie in en rond scholen.
Op milieuvlak kan de sector sterke resultaten voorleggen. In België bedraagt het inzamelpercentage van verpakkingen bijna 85 %, een van de hoogste cijfers in Europa. Dit resultaat is mogelijk dankzij het systeem van de blauwe zak en de samenwerking met Fost Plus. “We mogen trots zijn op het zeer coöperatieve gedrag van de Belgische burgers,” onderstreept Philip Buisseret.
Er blijven wel verbeterpunten, vooral buitenshuis. De FIEB streeft naar een inzamelpercentage van 90 %, wat meer communicatie en sensibilisering in de openbare ruimte vergt.
Wat circulariteit betreft, bevatten flessen vandaag gemiddeld al 30 % gerecycleerd PET, met een duidelijke ambitie om dit aandeel verder te verhogen. “Onze sector biedt een volledige circulariteit: geproduceerd in België, ingezameld in België, gerecycleerd in België en vaak opnieuw gebruikt in flessen voor de Belgische markt,” benadrukt Damien Colette. Een realiteit die in het publieke debat vaak onderbelicht blijft.
Fiscaliteit: moeilijk houdbare stapeling van belastingen
Op het vlak van fiscaliteit wordt de toon scherper. “Onze sector is te gemakkelijk geworden om te belasten,” stelt Damien Colette. Vandaag krijgen producenten te maken met een opeenstapeling van bijdragen:
– een verpakkingsbijdrage van bijna 10 cent per liter,
– de Groene Punt / Fost Plus-bijdrage van 1 tot 2 cent per liter,
– een specifieke accijns op frisdranken (bijna 12 cent per liter), die geldt voor elke drank die niet voor 100 % uit water bestaat, inclusief gearomatiseerde waters,
– btw: momenteel 6 % in retail, 12 % in horeca (voor niet-alcoholische dranken vanaf het voorjaar van 2026; vandaag bedraagt het btw-tarief nog 21 %), met een complexere situatie voor takeaway.
De Fost Plus-bijdrage wordt door de federatie en de producenten als aanvaardbaar en nuttig beschouwd voor de financiering van het circulaire systeem. De specifieke accijns daarentegen vormt een fundamenteel probleem, omdat ze zowel gesuikerde als gezoete dranken treft. “Dit is dus geen stimulans om suiker te verminderen, maar louter een extra belasting,” betreurt Philip Buisseret. Een aanpak die volgens de sector niet strookt met de doelstellingen van het volksgezondheidsbeleid.
Bovendien versterken de prijsverschillen met buurlanden, en vooral met Frankrijk, de grensoverschrijdende aankopen. “Een fles bronwater is in Frankrijk bijna twee keer zo goedkoop. Water is uitgegroeid tot een echte ‘destination category’ voor Belgische consumenten die de grens oversteken en daarbij ook andere aankopen doen,” stelt Damien Colette vast.
Het gevolg is omzetverlies voor Belgische bedrijven, minder fiscale inkomsten voor de staat en een verhoogde druk op de lokale werkgelegenheid.
2026 in het vizier: zwerfvuil en statiegeld
Met het oog op 2026 doemen nieuwe fiscale bedreigingen op. Een zwerfvuiltaks, al goedgekeurd door de regeringen van de drie gewesten en reeds gestemd in Vlaanderen, zou van toepassing worden op dranken, maar ook op vochtige doekjes, ballonnen of kauwgom. Probleem: het grootste deel van de last zou bij dranken terechtkomen, terwijl de sector al aanzienlijk bijdraagt aan de inzameling, onder meer via Fost Plus.
Daarnaast legt de Europese PPWR-verordening doelstellingen op voor selectieve inzameling van 80 % in 2027 en 90 % in 2029. Worden deze niet gehaald, dan kan een verplicht statiegeldsysteem worden opgelegd. “In België zitten we vandaag al dicht bij 80 %, terwijl landen mét statiegeld, zoals Nederland, dat niveau niet halen,” benadrukt de VIWF, die de terughoudendheid tegenover zo’n systeem begrijpt, vooral in de winkels (logistiek, hygiëne, ruimte).
Oproep tot coherentie
“Waarom altijd dezelfde sectoren belasten?” vraagt Damien Colette zich af. Dranken behoren vandaag tot de meest belaste segmenten van de voedingsindustrie, zonder dat andere categorieën met vergelijkbare maatregelen worden geconfronteerd.
De boodschap van de VIWF is duidelijk: de sector is geëngageerd, verantwoordelijk en levert al een aanzienlijke bijdrage. Maar zonder een meer coherente en stimulerende fiscale aanpak dreigt een sector die nochtans strategisch is voor de Belgische economie en de koopkracht van de consument structureel te worden verzwakt.