Zo maak je je tuin vogelvriendelijk
Mijn Tuin
Een strakke tuin met weinig onderhoud. Dat is het lang leven. Al rest dan nog weinig biotoop voor inheemse fauna en flora. Door het maken van wat nestgelegenheid en natuurlijke plekjes kan je alsnog wat meer vogels aantrekken. Ook je beplanting speelt een rol om schuilplekken en voedsel doorheen het jaar te kunnen bieden.
Transcriptie
Vandaag staan we even stil bij onze biodiversiteit: we bouwen een nestkastje en een schuilplek voor vleermuizen. We gaan ook een paar tips geven hoe we deze beesten een betere plek kunnen geven in onze tuin en hoe we die wat extra kunnen aantrekken. Het project van vandaag is een vogelhuisje. We hadden nog een restje multiplex. Dat hebben we al op maat gezaagd en nu gaan we die stukken verzamelen tot een nestkastje. Het is zeker niet de bedoeling dat je nieuw hout gaat halen. Een goed stuk multiplex met een dikte van vijftien tot achttien millimeter kan zeker al volstaan. Zodanig dat wanneer het buiten hangt het wel een tijdje zal mee gaan. Het is wel zo, wij maken vandaag een nestkastje voor kool- en pimpelmees, dat is van belang voor de afmeting van je huisje. Hoe groter het huisje, hoe groter de vogel en natuurlijk afhankelijk van de opening, hoe groter de vogel naar binnen kan. Nu gaan we de voorkant bevestigen, dan hebben we al een deel van ons huis. Straks gaan we dit op onze achterwand plaatsen. Die achterwand is ook wat groter. Die heeft een gaatje zodanig dat we die straks makkelijk in de tuin kunnen ophangen. Het is handig om vooraf te boren in uw multiplex en ook de dikte van je plaat af te tekenen. Zo weet je als je straks schroeft dat je mooi in het midden zit van de plaat aan de onderkant. Ik ben misschien al een klein beetje te snel geweest. Ik ga dit er weer uit halen want straks moet ik mijn werk omdraaien om te bevestigen. Misschien valt het op, dit is gewoon een stukje van een éénjarig hout. Je hoeft daarvoor geen rondhout te gaan kopen in de DHZ-zaak. Je knipt een stukje met de snoeischaar. Je maakt het een klein beetje dunner. En dan zorg je dat dit hier in past. Zonder lijm. Lijm is niet nodig. Het stokje zal zwellen door de vochtigheid van buiten en kan perfect zo blijven zitten. Dit is hem. Eigenlijk heel simpel om te maken. Misschien toon ik het snel en gaan we buiten een takje gaan zoeken. Ik heb eigenlijk gewoon een stukje wilg genomen. Dat zal ook wel zijn tijd mee gaan. Hoe lang is dat stuk? Een beetje op gevoel. Ik zie dan straks wel als we het in dat gaatje proppen of dat lukt of niet. Langs één kant de buitenkant er een beetje van af halen. Zo kunnen we het straks in dat gaatje priemen. En dan zien we dat wel of we het nog langer of wat korter moeten maken. Ons stokje, dat is een gaatje van ongeveer acht millimeter. Je ziet wel afhankelijk van de dikte van je stokje of dat past of niet. Anders doe je een klein beetje weg. Hier lukt dat redelijk goed. Het gaatje voor de vogel is heel belangrijk. Dit is hier nu tweeëndertig millimeter. Bewerkt met een grote rondgatboor. Afhankelijk van de vogel die je wilt aantrekken moet je dit natuurlijk gaan aanpassen. Maar op internet vind je heel wat informatie over de diameter die past bij de vogels die je wilt aantrekken. ‘k Ga deze terug aan de kant leggen want we gaan dit bevestigen aan de achterwand. Daar zijn ondertussen ook al gaatjes in gemaakt. Dat wordt een klein beetje mikken maar dat lukt wel. Ik koos hier nu om te schroeven. Dat is iets makkelijker dan te spijkeren. Anders schuift alles de hele tijd. Ik heb verzinkte schroeven gebruikt. Maar je kunt ergens wel een restje gebruiken zodat je werkje goed in elkaar zit. We zijn er bijna. Nu nog een belangrijk stuk. Dat is ons dak. Dat is ook een stukje multiplex. Ofwel werk je met een scharnier zodanig dat je dat nog eens kunt open doen op te bekijken. Maar het kan ook gewoon met een stukje waterkeringsfolie die we gaan bevestigen en het werkt ook als een scharnier. Wij hebben gekozen voor een stukje waterkeringsfolie voor het dak in plaats van een scharnier en gaan we op ons dak bevestigen met nietjes. Nu gaan we die waterkering nog wat bij knippen zodat we even breed zijn als onze achterwand. Deze is klaar. Die gaan we straks een plekje geven. Maar we hebben nog een leuk extraatje. Vaak vergeten we een plekje te geven aan onder andere vleermuizen. Misschien een beetje gek. Vroeger konden die heel makkelijk ons huis binnen dringen door kleine spleten of kieren. Maar vandaag de dag zijn die allemaal dichtgemaakt in goed geïsoleerde huizen. Straks daar nog wat meer over. We hebben opnieuw een reststuk multiplex genomen. Nog eens kijken naar onze … Alle stukken zijn op maat gemaakt. Nog even de puzzel maken voor we aan de slag gaan. Misschien al een detail tonen. De achterwand – daar zijn heel fijne inkepingen in gemaakt. Het is zo dat een vleermuis komt aangevlogen en dankzij die inkepingen het kastje kan binnen kruipen waar hij of zij een winterslaap kan houden. Nu gaan we alles terug aan elkaar vast maken. Straks ga je ook merken dat we maar een heel kleine opening meer hebben, ongeveer anderhalve centimeter en dat is echt groot genoeg om onze vleermuis in ons huisje toe te laten. Deze is bijna vast – euh – een vleermuis heeft eigenlijk niets meer nodig dan ergens een spleet of een kier waar hij zijn winterslaap kan houden. Hij gaat niets meer verzamelen om een nest te maken. Dit is dus de ideale plek om te gaan overwinteren. We zijn er bijna. Ook hier gaan we de bovenkant afwerken met wat waterkeringfolie. Zodat alles wat langer mee gaat en als het regent het water niet meteen in ons dak en ons nestkastje binnen dringt. Voila, we gaan onze kast een plekje geven. Misschien een aantal dingen om zeker rekening mee te houden. Voldoende hoog. Zeg maar gerust een meter of drie hoog boven de grond. Op een plekje waar een vleermuis makkelijk kan aanvliegen. Waar niet te veel struiken en bomen in de weg staan. En liefst ook wel een zonnig plekje. Want die vleermuis houdt wel van een warme slaapplek. Misschien vind je het nog altijd een beetje gek dat we nestgelegenheid maken voor een vleermuis, maar weet dat die per nacht ongeveer een driehonderdtal muggen vangt. Als je er dus wat last van hebt, is het zeker aangeraden om die dieren in uw tuin aan te trekken. Voila, ook dit huisje heeft zijn plaats gekregen. Het kan genieten van wat avondzon. Hangt misschien wel op een plek waar wat beweging is maar vogels hebben daar eigenlijk niet zoveel last van. Die gaan straks op zoek naar allerhande nestmateriaal. En dat hoef je op het einde van het seizoen er niet allemaal te gaan uithalen. Want het gebeurt zelfs – als je het niet doet [nvdr, ‘proper maken’ kast] dat er het volgende seizoen in plaats van vogels je er zelfs een hommelnest in krijgt. Waar je wel een beetje voor moet oppassen; vermijdt om dit aan de noordzijde te plaatsen. Vooral omwille van koude wind. Zeker in het vroege voorjaar kan dat wat vervelende wind zijn voor de vroeg broedende vogels. Nestkastjes ophangen in de tuin is één ding maar zorgen voor een biodiverse tuin is minstens even belangrijk. Als de vogels straks een nest gaan maken en op zoek gaan naar voedsel, is het belangrijk dat ze wel het een en ander vinden. Het kan in de winter door wat fruit, valfruit te laten liggen. Daar gaan ze zeker een aantal dingen uit halen, daar zit ook wat water in, daar zitten wat voedingstoffen in. Nog een andere tip misschien is om niet onmiddellijk al uw bladafval te gaan opruimen. Vaak zitten daar nog wat beestjes tussen – regenwormen – en zie je bijvoorbeeld merels gretig op zoek gaan naar voedsel tussen wat voor jouw afval lijkt. Ook dit zijn leuke plekjes in een tuin. Een haag die wat plek krijgt, wat breder mag uitgroeien, kan zeker ook gebruikt worden als nestgelegenheid voor vogels maar vaak, als je die niet te vroeg snoeit wat bessen en ook daar heb je weer wat voedsel voor de dieren in uw tuin. Ook water in de tuin is belangrijk. Heb je geen vijver of een plek waar vogels kunnen drinken voorzie dan regelmatig ergens een waterschaal. In de winter vooral in de gaten houden dat je het wat vorstvrij kan houden. Of regelmatig ververst. In de zomer kan het leuk zijn dat het wat groter is en de vogels naast het drinken er ook zelfs een vogelbad in nemen. Voila, deze geven we hier een plaats. Ergens liefst in de buurt van de keuken of een woonkamervenster zodat je van binnen kan toezien of de vogels erop af komen. Er zit een mix in van zonnebloempitten, zaden … Kleine vogels kunnen er heel makkelijk bij. Wat op de grond valt, wordt meestal opgepikt door grotere vogels zoals merels. Dat was het voor vandaag. Hopelijk heb je er iets aan gehad en ga je straks ook misschien zelf aan de slag om wat extra vogels en/of vleermuizen aan te trekken in uw tuin. Bedankt om te kijken!