Hoe onderhoud je je radiatoren?
Hallo Roger
In deze Hallo Roger kreeg Roger de vraag hoe je je radiatoren in een optimale staat kan houden en optimaal kan laten renderen. Het antwoord kan je in deze uitzending bekijken.
Transcriptie
In Hallo Roger bieden we een luisterend oor aan kijkers met problemen. Dit keer kregen we de vraag hoe je je radiator optimaal laten renderen? Iedereen kent het probleem wel dat zijn of haar radiatoren niet volledig warm worden. Of dat ze constant een borrelend geluid maken. Dit zijn duidelijke tekenen dat je verwarmingsinstallatie eens moet ontlucht worden. Voor je dit kan doen, moet je eerst je thermostaat op een hoge temperatuur zetten en alle radiatoren volledig opendraaien. Ondertussen check je de huidige druk op je ketel. Zet ook de ketel volledig open. Door je verwarmingsinstallatie eerst volle bak te laten draaien, en ze na een ongeveer kwartier terug uit te schakelen, zal de lucht zich nu in je radiatoren verzamelen. Een vijftal minuutjes nadat je de verwarming uitgezet hebt, kun je met het ontluchten van start gaan. Daarvoor heb je enkel een vod en een ontluchtingssleutel nodig. Die kun je terugvinden in elke standaard doe-het-zelfzaak. Heb je dit niet, dan kun je ook een tang of schroevendraaier gebruiken. Draai het ontluchtingsventiel open. Dit bevindt zich aan de bovenzijde van je radiator. Doe dit voorzichtig. Als er lucht in je verwarming zit, zal die nu ontsnappen. Eenmaal er water uit komt, is alle lucht verwijderd en kun je het ventiel weer dicht draaien. Doe nu hetzelfde bij de volgende radiator. Het vod gebruik je om het ontsnapte water op te vangen. Herhaal dit voor al je radiatoren. Het ontluchten houdt in principe niet veel in, maar moet wel gestructureerd gebeuren. Begin met alle radiatoren op de benedenverdieping en werk zo naar boven toe. Is dit gebeurd, dan zal je merken dat de druk op je ketel wat gezakt is, want je hebt natuurlijk de overbodige lucht uit het circuit gehaald. Wat je dus nog rest is om de druk op je ketel weer te verhogen, zodat je verwarming weer naar behoren werkt. Het komt er op neer om je installatie bij te vullen met water, tot de druk weer op het niveau van voor het ontluchten komt. Meestal zal dit tussen de 1,5 en 2 bar zijn. Elke ketel is anders, bekijk dus steeds de handleiding om te weten hoe je dit moet doen. Stel dan nog je oorspronkelijke instellingen terug in en je bent klaar. Op die manier ben je gewapend om de komende winter met een goed werkende verwarming door te brengen! Om je verwarming optimaal te renderen, moet je dit ook goed afstellen op de ruimtes én manier van leven. Niet elke ruimte hoeft op dezelfde temperatuur verwarmd te worden, uiteraard. Indien mogelijk, stel je zones in die dan ook nog eens tijdsgebonden een graadje meer of net wat minder mogen verwarmen. Stel dus een dag- en nachtregeling in. De berging mag wat koeler, de badkamer wat warmer. De woonkamer wil je gezellig warm, maar ‘s nachts mag het wat minder. Laat ook niet te veel afkoelen zodat je ‘s ochtends een minder zware opstart hebt van het verwarmingssysteem, wat ook een groot verbruik vraagt. Ook je levensritme verschilt naarmate het een weekdag of weekend is. Stem je verbruik dus af op je levensritme, en haal zo het maximale in comfort, en het minimale uit je portefeuille. Een halfuurtje voor het opstaan of thuiskomst, mag de temperatuur wat verhogen. Of omgekeerd: als je gaat slapen of het huis verlaat, kan de temperatuur wat lager. Wie geen module heeft om alles te regelen, kan de radiatoren uiteraard ook handmatig instellen. De standen geven elk een ander temperatuurbereik weer. Op de radiator heb je enkele standen. Te beginnen met de vorstbescherming. Dan schakel je tussen stand 0 en 1 – wat op een twaalftal graden wijst. Daarna ga je trapsgewijs omhoog om de radiatoren meer en meer open te kunnen zetten en de temperatuur te kunnen opvoeren. Let wel. De kamerthermostaat geeft aan welke algemene temperatuur je uiteindelijk wil bereiken. In de ruimte waar de thermostaat zich bevindt, ga je dan de radiator volledig open zetten. Niet elke ruimte heeft die warmte echter nodig. Draai daarom de radiatorthermostaat dicht zodat er minder warm water in de radiator kan en de temperatuur dus wat kan dalen. Hoeveel je dicht draait, is afhankelijk van de ruimte. Stand 2, 1 of vorstbescherming kan dus al perfect zijn voor de hal of bergruimte bijvoorbeeld. Een klassieke tip om extra rendement te creëren is het plaatsen van radiatorfolie. Zorg dan sowieso dat de waterleiding is afgesloten en het water uit de leiding is getapt. Haak de radiator uit zijn montagebeugels en zet ze voorzichtig aan de kant. Knip de folie op maat. De folie dient niet zozeer als ‘isolerende’ laag, het zorgt er wél voor dat de warmtecirculatie verbetert. De muur zal minder warmte onttrekken van de radiator, waardoor er net dat beetje meer warmte zich in de ruimte kan verdelen. En daarbij, het is heel makkelijk om de folie te bevestigen. Zeker doen dus. Verwijder de beschermfolie, en kleef deel per deel aan de muur. Nadien kan je de radiator weer ophangen en terug aansluiten op de leidingen. Naast de folie is er nog een manier om je radiator extra te laten renderen. Er bestaan ventilatoren die je op je radiator kan monteren en die de warmte die je radiator produceert, verder de ruimte inblazen zodat deze optimaal door je ruimte circuleert. Dankzij de ventilatoren kan de temperatuur van de centrale thermostaat een paar graden omlaag, net als de aanvoertemperatuur van de centrale verwarmingsketel. Dit zonder op comfort in te boeten. Het enige wat je nodig hebt voor de installatie is een stopcontact in de buurt van je radiator. Het aantal ventilatoren kies je op basis van de grootte van je radiator. De ventilator kan je makkelijk bevestigen met behulp van beugels met magneten die je kan omdraaien. Je kan de ventilator ook met enkele steunen op de radiator plaatsen. Wat je gebruikt is afhankelijk van je type radiator. Lees dus goed je handleiding na, voor je aan de slag gaat. Zorg dat je de juiste kant van de ventilator naar boven plaatst. De ventilatoren lopen in een lijn. Beginnen doe je met het verbinden van de stroomtoevoer met de eerste ventilator in de onderste opening. Hierboven komt dan de thermostaat. Ook die kan je met magneten bevestigen op je radiator. Verbind vervolgens de ventilatoren in serie met elkaar. Let erop dat je telkens de onderste opening gebruikt. Eens alle ventilatoren gekoppeld zijn kan je ze laten werken. Nu doen we hetzelfde maar onderaan onze radiator. De kabels verbergen we netjes achter de ophangbeugels. De ventilatoren klikken dankzij de magneten op hun plaats. De thermostaat kan je met een magneet op je radiator plaatsen. Als laatste steek je je stekker in het stopcontact. Met alles geïnstalleerd en verbonden, kunnen de ventilatoren werken. Wanneer ze warmte detecteren, zullen ze de warme lucht verder de ruimte insturen waardoor je een optimaal rendement krijgt. Heb je zelf nog een probleem waar Roger je misschien bij kan helpen? Stuur dan een mailtje naar roger@dobbit.be!
