Pleisterwerk herstellen

Hoe herstel je beschadigingen in je wand? Roger demonstreert ons een aantal handige technieken.
Transcriptie
<p>Als je wilt gaan schilderen of behangen, dan moet je altijd op een zo egaal mogelijke wand werken. Als er putjes of scheuren in je pleisterwerk zitten, dan moet je die dus eerst nog wegwerken. Ook voor een doe-het-zelver hoeft dat geen probleem te zijn, en zelfs grotere gaten kun je perfect zelf aanpakken. In deze aflevering toont Roger ons voor hoe je allerhande beschadigingen in je pleisterwerk herstelt zodat je muur weer mooi vlak is.<br /><br />Een eerste stap is het zuiver maken van het oppervlak, zodat het pleisteren zometeen vlot zou gaan. Losse deeltjes kun je bijvoorbeeld wegschrapen. Oude schroeven, nagels of pluggen verwijder je natuurlijk ook. Vergeet daarna niet om goed te ontstoffen.</p> <p>Het kan eventueel nodig zijn om ook het oude pleister rondom de beschadiging weg te halen. Er bestaat een trucje om dat te bepalen: tik er met een potlood tegen. Klinkt het hol, dan moet je die wegnemen.<br /> <br />In een volgende stap kun je beginnen met het aanmaken van je vulmiddel. Vulmiddelen bestaan er zowel voor kleine en grote gaten als voor scheuren en naden. Je kunt een kant-en-klare pasta gebruiken, maar ook een vulmiddel in poedervorm. In dat laatste geval moet je zelf nog water toevoegen. Maak niet te veel in één keer aan, zodat je niet met uitgedroogd middel werkt.</p> <p>Het poeder hoor je geleidelijk aan toe te voegen aan proper, koud water. Laat het vijf minuutjes rusten en roer er dan in één keer goed door; zo krijg je een smeuïge pasta zonder klonters.<br /><br />Kleine gaatjes of scheurtjes zijn niet altijd gemakkelijk met het blote oog te zien, dus kan indien nodig een beetje verlichting helpen. Duid desnoods met potlood aan waar alle beschadigingen zich bevinden, zodat je ze snel terugvindt.</p> <p>Breng dan wat vulmiddel op je plamuurmes aan en strijk het over de te vullen opening. Eén of twee laagjes zijn in dit geval vaak voldoende, maar het hangt natuurlijk af van de diepte van het beschadigde oppervlak. Lees zeker altijd de verpakking om er zeker van te zijn dat je juist te werk gaat. Een mogelijke methode om holtes op te vullen is door het vulproduct aan te brengen in een hoek van ongeveer 45 graden. Hoe meer product je toevoegt, hoe kleiner je de hoek maakt ; zo duw je het beetje bij beetje in de holte. Dit herhaal je telkens in een andere richting, tot de holte goed gevuld is. Het overtollige product verwijder je door het plamuurmes recht over de opening te trekken.</p> <p>Wanneer de opening gevuld is, kun je het middel uitvlakken met de pleisterspaan.</p> <p>Zoals eerder gezegd bestaan er verschillende soorten vulmiddelen; je kiest ze op basis van de toepassing. Wil je bijvoorbeeld niet lang te hoeven wachten met schilderen, dan kun je een vulmiddel gebruiken dat extra snel droogt.<br /> <br />Om een smal scheurtje te kunnen vullen, zul je het eerst wat meer moeten openbreken met een breekmes. Steun daarbij met je hand op de muur om kwetsuren te vermijden. Daarna kleef je glasvezelgaas over de scheur. Vervolgens kun je vulmiddel aanbrengen over het gaas, tot het helemaal bedekt is. Strijk voldoende over het oppervlak om ervoor te zorgen dat het helemaal vlak is. De laatste laag effen je tenslotte uit met een grotere spatel.</p> <p>Je kunt deze techniek ook gebruiken voor het herstellen van hoeknaden; werk daarbij dan eerst de ene kant af en laat die uitdrogen, en doe dan pas de andere kant.<br /><br />Om scheuren in de hoeken te herstellen, kun je ook een kit aanbrengen. Indien je er nadien nog overheen wilt schilderen is acrylaatkit de beste optie. Dicht om te beginnen de grootste gaten met een vuller. Breng dan de kit aan. Hierna effen je het middel uit; dat kan je gerust met je vinger doen.<br /><br />Moet je een gat in een gipskartonmuur herstellen, dan zijn daar verschillende manieren voor, afhankelijk van de vorm van de beschadiging. </p> <p><br />Hierna maak je alles nog even schoon, en dan kun je een laagje pleisterwerk aanbrengen. Nog even afschuren, schilderen, en klaar!</p> <p>Heeft het gat nu een onregelmatige vorm, dan zul je anders te werk moeten gaan.</p> <p><br />Wanneer een stuk van je wand echt zwaar beschadigd is, dan zullen een paar dunne laagjes pleister niet volstaan, maar zal je een dikkere laag moeten aanbrengen en eventueel voor extra versteviging moeten zorgen.<br /> <br />Breng de juiste soort primer aan, en maak het pleister klaar voor gebruik. Dan kun je aan het echte werk beginnen.<br /> <br />Vul hier en daar nog bij waar nodig en rei telkens weer af. Daarna ga je er nog eens over met een propere rei, die lichtjes nat mag zijn. Een volgende fase is het spaken; daardoor maak je het oppervlak effen en werk je eventuele putjes weg.</p> <p>Wanneer het pleisterwerk voldoende droog is – dat wil zeggen, wanneer er geen pleister meer aan je vingers blijft kleven – dan kun je overgaan tot het sponzen met een schuurspons. Dit zal zorgen voor een vettige laag op het pleisterwerk, die je zometeen kunt gaan polieren met een poliermes.</p> <p>Het polieren mag de eerste keer onder voldoende druk gebeuren. Voor de tweede keer bevochtig je de wand eerst nog eens, en dan ga je er opnieuw overheen, maar wel zachter.</p> <p>Hierna is het pleisterwerk klaar. Na de droogperiode kun je nu gaan verven of behangen. Wil je deze aflevering nog eens herbekijken, dan kun je terecht op www.dobbit.be.</p>