Geen rem op weddenschappen in dagbladwinkel
Schijndagbladwinkels worden een ware plaag

Vandaag bieden meer dan 1.700 dagbladhandels sportweddenschappen aan, een grote stijging i.v.m. 2012: toen waren er nog maar 886 schrijft De Standaard. Gemiddeld bieden drie dagbladwinkels per gemeente de mogelijkheid om te gokken op sportwedstrijden. “Via de dagbladhandel komt de drempel om een gokje te plaatsen zeer laag te liggen”, vertelt Marijs Geirnaert, directeur van het Vlaams expertisecentrum rond verslaving VAD, eveneens in De Standaard. “Het lijkt heel onschuldig om een weddenschap af te sluiten wanneer je ergens binnengaat om een krant te kopen. Hoe groter het aanbod, hoe meer er gegokt wordt – er moet dus een beperking komen.”
Op vergunningen voor dagbladwinkels staat er – in tegenstelling tot voor gokkantoren, daar mogen er zo’n zeshonderd van zijn – geen limiet. Bovendien moeten wedkantoren minstens een kilometer van elkaar gelegen zijn en moet het lokale bestuur zijn advies geven bij een nieuwe vergunning, eveneens een regel niet van toepassing op dagbladwinkels. Bovendien kunnen mensen die uitgesloten zijn van gokken, hier wel nog terecht. De evolutie doet ook Perstablo de wenkbrauwen fronsen: “Voor veel dagbladhandelaars zijn de wedautomaten de redding geweest, maar ze leiden tot uitwassen zoals operatoren die pseudo-dagbladwinkels oprichten”, vertelt Yannick Gyssens. Een probleem dat ook de Kansspelcommissie erkent. “We zagen de voorbije jaren veel schijndagbladwinkels”, vertelt woordvoerster Marjolein De Paepe in De Standaard. In het jaarverslag van de commissie blijkt dat maar liefst 202 dagbladwinkels hun vergunning verloren vorig jaar.